
De betekenis van de boekhandel: in gesprek met professionals
Onderzoek naar de boekhandel (2025)
23 januari 2026
Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen kopers en leners? En als die kennis is vergaard, hoe kunnen bibliotheken, boekhandels en uitgeverijen gezamenlijk het lezen bevorderen? Die twee vragen stonden dit jaar centraal tijdens het seminar van KVB Boekwerk.
Om het leesvuur aan te wakkeren moeten bibliotheken, boekhandels en uitgeverijen samenwerken. Wie zou die stelling tegenspreken? De rijksoverheid riep bij het startschot van het leesoffensief weliswaar alleen het onderwijs, de bibliotheek en de kinderopvang op om samen te werken – omdat boekhandels en uitgeverijen nu eenmaal private partijen zijn. Maar het boekenveld, met zijn lange traditie van collectief de schouders eronder zetten, voelde zich zonder meer aangesproken om ook een bijdrage te leveren.
En dan het liefst in gezamenlijkheid. Maar – beseft het boekenveld, met zijn nog korte traditie om veel onderzoek te doen – dan is het essentieel om de lezer te kennen. Wat is een typische boekenlener? Hoe verschilt die van een koper? En als er voldoende overlap is: hóé kunnen afzonderlijke partijen in het boekenveld samenwerken? Beide onderwerpen stonden centraal in het seminar van KVB Boekwerk in de Rode Hoed, dat – aangespoord door de call to arms ‘op de bres voor leesplezier’, zoals het seminar was gedoopt – ruim van tevoren was uitverkocht.
Door de stellingen die presentator Mijke Pol aan de zaal voorlegde, werd direct duidelijk dat de kennis in de sector van de bibliotheek nog beperkt is. Koopt meer dan 10% van de leners nooit een boek? Minder dus: 9%. Kopen bibliotheken jaarlijks minder dan drie miljoen boeken in? Nee, meer: ruim 3 miljoen, waaronder 780.000 in het kader van de Bibliotheek op school en Boekstart. En is minder dan de helft daarvan een kinderboek? Ook meer: 62%. Een percentage dat overigens in het ledenbestand van bibliotheken wordt gereflecteerd: 65% is jonger dan 18 jaar.
Foto: David Rozema vertelt over het collectioneren door de bibliotheek en huidige trends (© Bas van Hattum).
Het seminar begon dan ook met een presentatie van David Rozema – hoofd collectie van de Bibliotheek Utrecht, maar die dag voor het laatst actief als adviseur collectie van Probiblio. Hij legde uit hoe een bibliotheekcollectie eigenlijk is opgebouwd. Vijf publiekswaarden vormen de basis: onafhankelijkheid, pluriformiteit, betrouwbaarheid, toegankelijkheid en authenticiteit. Ook uitleendata en de demografie van het werkgebied tellen mee. En natuurlijk: de beschikbaarheid van boeken. ‘Er zijn te weinig C-boeken voor 12- tot 15-jarigen. Geef die dus alsjeblieft meer uit.’
Vier op de vijf boeken wordt ingekocht bij NBD Biblion. Omwille van de snelheid van leveren of een specifiek assortiment, komt de rest van lokale boekhandels en speciaalzaken. Bibliotheken bouwen steeds meer anderstalige collecties op (inclusief streektalen), breidden hun manga-aanbod uit voor jongeren en proberen gerichter boeken neer te zetten waarin minderheidsgroepen zich gerepresenteerd voelen. Voor al die collecties zijn speciaalzaken belangrijk. ‘Voor boeken in Farsi of Tigrinya moeten bibliotheken nu vaak naar allerlei shady websites.’
Ana Prieto Lestegas gaf vervolgens, op basis van voorlopige onderzoeksdata van KVB Boekwerk, inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen kopers en leners. Maar liefst 31% van de bevolking, dus 4,8 miljoen mensen, valt in beide categorieën. Maar: niet in gelijke mate: 6% van alle Nederlanders koopt vooral (naast 46% die uitsluitend en alleen koopt), 13% leent vooral (naast 4% die alleen leent), en 12% van de consumenten combineert echt het bezoek aan de boekhandel én de bibliotheek (Daarnaast lezen 19% van alle Nederlanders nooit.)
De groep ‘combilezers’ is gemiddeld het jongst: 43 jaar. De groep heeft het hoogste percentage lezers tussen 14 en 34 jaar: 38% valt daarin. In verhouding zijn weinig mensen 50-64 jaar (14%) en 65 jaar en ouder (16%). Een relatief laag percentage valt ook in de lage sociaaleconomische klasse: 17%, maar dan weer een relatief hoog percentage woont in een sterk stedelijke omgeving: 57%. Deze groep leest gemiddeld 11 papieren boeken, 4,5 e-boeken en 2,6 luisterboeken per jaar. Dat laatste aantal is opmerkelijk hoog, vergeleken met ‘alleen kopers’ en ‘alleen leners’.
Op basis van alle kenmerken van de drie groepen, heeft KVB Boekwerk acht persona’s opgesteld, die het boekenveld bij toekomstige projecten als doelgroep kan nemen. Drie voor de combilezers: de jeugdige trendkoper, de drukke vader, de vrijgezelle jongvolwassene. Drie voor de leners: de jeugdige lezeres, de authentieke bibliotheekoma, de praktische moeder. En twee voor kopers: de gepensioneerde boekenkenner en de stedelijke lezeres. Zo is de laatste een hoogopgeleide vrouw van 54 zonder thuiswonende kinderen in de Randstad.
Foto: Ana Prieto Lestegas van KVB Boekwerk gaf uitleg bij het consumentenonderzoek naar kopers en leners (Bas van Hattum ©).
Welke gezamenlijke projecten bestaan al? De reis door het land begon met een presentatie uit Dordrecht. Daar hebben kinderboekwinkel De Giraf en bibliotheek AanZet al lang een intensieve samenwerking, vertelden respectievelijk eigenaar Wilma Verhoeven en programmamanager educatie Roos Breeuwer. De boekhandel gebruikt zijn expertise van het titelaanbod om de 22 leesconsulenten die op meer dan honderd scholen in het hele werkgebied (vooral in het po) actief zijn, voor te lichten. Van voorlichtingsbijeenkomsten tot het opstellen van themalijsten.
In ruil daarvoor krijgt De Giraf de bestellingen voor de bibliotheken in al die scholen. Verhoeven: ‘Het maken van al die bestellijsten, die iedereen gratis op onze site kan downloaden, en het verwerken van al die bestellingen is arbeidsintensief werk. Ik heb er ook speciaal iemand voor aangenomen. Je hebt er naast de winkel dan ook een bedrijf bij. De uitdaging is vooral om de balans te bewaren tussen de winkel en de schoolleveranties. Maar we krijgen via de consulenten ook veel feedback over de boeken. Daar hebben wij en de uitgevers veel aan.’
In Rotterdam werkt Lemniscaat nauw samen met de lokale bibliotheek en het onderwijs, vertelde hoofd merkstrategie en publiciteit Hindele Boas. De uitgeverij sponsort de kinderleesclubs van de bibliotheek op zeven locaties. De kinderen mogen met de gratis boeken doen wat ze willen: van een recensie schrijven tot de auteur interviewen. En de uitgeverij gebruikt dat weer als content voor hun gratis magazine Stach, die twee keer per jaar onder meer naar scholen gaat. Via opdrachten als een afmaakverhaal kunnen leraren daarmee in de klas aan de slag.
In Harlingen zorgen boekhandel Van der Velde en Bibliotheek Noord Fryslân (BNFL) voor een gezamenlijke leescultuur. Eigenlijk kan een boekhandel in die 15.000 inwoners tellende stad niet uit, zei directeur Mathijs Suidman. Maar door een gezamenlijk pand te betrekken met de bibliotheek en museum Het Hannemahuis, blijft het verlies zo beperkt dat het bedrijf het toch verantwoord vindt om de winsten uit andere locaties te gebruiken voor het openhouden van dit filiaal. Uit de ideële overweging om de mensen hier toegang tot boeken te kunnen bieden.
Onderdeel van die samenwerking is de inkoop van de collectie bij Van der Velde – waarbij een plaatselijk werkbedrijf voor onder meer mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (WHC) voor het plastificeren, en de regionale provinciale ondersteuningsinstelling voor bibliotheken (Fers) voor de distributie, ook een rol spelen. Die inkoop kost BNFL weliswaar meer dan bij NBD Biblion, zei directeur Jolianne Hellemans later in het panelgesprek, maar omdat het project lokaal veel waarde creëerde was het toch de moeite waard.
Ook een belangrijke reden voor de samenwerking is het belang van Friestalig in dit werkgebied, lichtte ze toe. De BNFL moet een substantiële Friestalige collectie hebben staan, maar kan die niet bij NBD Biblion inkopen. Van der Velde heeft de expertise wel. Ook kunnen beide door de samenwerking jaarlijks een literair evenement organiseren in Harlingen en in Dokkum, waar altijd ten minste één Friestalige auteur is geprogrammeerd. Dat trekt een publiek dat anders nooit komt, maar zo wel in aanraking komt met Nederlandstalige auteurs. En dan misschien verder leest.
In Nijmegen had Wouter van Balveren, manager innovatie van Bibliotheek Gelderland-Zuid, de samenwerking opgezocht met beheerders van minibiebs. In al die kastjes lag maar een hoop oude meuk ongeordend en onverzorgd bij elkaar, dacht hij altijd. Maar toen hij in de regionale krant een interview las met een beheerder wiens kast met inhoud en al was gestolen was hij toch nieuwsgierig. En toen hij een kopje koffie met het slachtoffer had gedronken besefte hij dat die beheerders op microniveau geweldige ambassadeurs voor het lezen zijn.
Het gevolg: de bibliotheek bracht ruim 150 kastjes in het werkgebied in kaart en legde contact met alle beheerders, die het bij elkaar bracht in een community. Met behulp van een sociale werkplaats laat het nu kastjes voor hen timmeren. De leden van deze gemeenschap krijgen eerste keus uit de afgeschreven boeken. En in ruil daarvoor wordt reclame gemaakt. Via een QR-code op een sticker kan de bibliotheek gebruikers van de minibieb wijzen naar het dichtstbijzijnde filiaal en hen attenderen op de eigen diensten en activiteiten. En dat is nog maar het begin van de mogelijkheden.
De laatste halte was Tilburg. Artistiek leider Loes Janssen van productiehuis Tilt legde uit hoe de teksten van makers – vooral voor podia, maar óók voor boeken, zoals het jaarlijkse Brabants Boek Present – dankzij samenwerkingen met onder meer boekhandels en bibliotheken een zo groot mogelijk publiek kunnen bereiken. Met succes, gezien de oplage van het Present dat klanten bij aankoop van 15 euro aan boeken in de winkels cadeau krijgen: 15.000 stuks. En dan krijgt de reguliere uitgeverij van de auteur de tekst daarna gratis tot zijn beschikking.
Liep dat allemaal naar wens? Als er één ding beter kan, zei Janssen later in het panelgesprek, is dat een zekere daadkracht bij bibliotheken. Boekhandelaren zijn ondernemers, die zijn gewend om snel knopen door te hakken. In de bibliotheek heerst een andere cultuur. ‘Je bent zo vijf uur vergaderen verder voor je een schrijver in de bibliotheek hebt staan, omdat een verzoek langs allerlei schijven moet en die en die er naar moeten kijken. Tilt is zelf een heel kleine organisatie, dus je zou die tijd liever anders besteden.’
Tijdens het panelgesprek gingen de deelnemers vooral op zoek naar de essentiële voorwaarden voor een geslaagde samenwerking. Volgens Hellemans van BNFL konden partijen elkaar het snelst vinden als ze het gezamenlijke doel als uitgangspunt nemen. In het geval van de bibliotheek en boekhandel Van der Velde is dat: het lokaal creëren van een leescultuur. Alleen dan kijkt de bibliotheek niet primair naar de goedkoopste aanbieder van boeken en hecht de boekhandel niet te zwaar gewicht aan de winst- en verliesrekening. Een wijze les voor alle bezoekers aan het seminar.
Foto: het panelgesprek met Wilma verhoeven, Mathijs Suidman, David Rozema, Roos Breeuwer en Loes Janssen (© Bas van Hattum).
Foto: het panelgesprek op het eind met vijf sprekers (Bas van Hattum ©).

Onderzoek naar de boekhandel (2025)

‘Ga vanavond nog aan de slag met Generatieve AI’

Hoeveel boeken met recepten voor de airfryer zijn er nodig?