Inleiding

In de Makersmonitor staan de makers centraal: de actieve auteurs en vertalers in Nederland. De databron vormt het Depot van Nederlandse Publicaties van de Koninklijke Bibliotheek. Een maker is actief als er in de afgelopen vijf jaar minimaal één nieuw werk (eerste druk) van deze maker op de markt is verschenen. Het depot bevat het overgrote deel van het werk van deze makers. Het gaat om Nederlandstalige titels binnen de algemene markt (categorie A van de AWSO-code). Dit is dus exclusief studie en wetenschappelijke titels.

Belangrijkste indicatoren

De indicatoren gaan over de aantallen actieve auteurs en vertalers, en hoeveel boektitels zij op jaarbasis maken. Dit zijn de belangrijkste indicatoren uit de Makersmonitor:

  • de aantallen actieve (literair-culturele) auteurs en vertalers in Nederland;
  • het aantal (literair-culturele) Nederlandstalige titels dat de auteurs en vertalers op jaarbasis schrijven;
  • het genre van de nieuwe (literair-culturele) titels van actieve auteurs en vertalers.

Gebruikte data

Voor de makersmonitor maakt KVB Boekwerk gebruik van een selectie van de aangeleverde data. Bij het bepalen van ‘het boekenaanbod’ gaan we uit van het aantal unieke ‘titels’ dat in Nederland verschijnt. Voor de monitoren vanaf 2022 nemen we papieren titels en E-books, waar geen papieren versie van beschikbaar is, van de algemene markt mee in onze berekening.
Ook kijken wij alleen naar nieuw uitgegeven titels, niet naar herdrukken van oudere titels. Met ‘nieuw’ werk of titel bedoelen we publicaties die als ‘eerste druk’ in het depot vermeld staan. Publicaties zonder dit kenmerk zijn bijvoorbeeld herdrukken of herziene edities van een al eerder uitgegeven werk. Toch kan één uniek werk meerdere eerste drukken hebben, omdat verschillende verschijningsvormen een eerste druk meekrijgen. Om dit te ontdubbelen, maken we gebruik van de door KB ontwikkelde unieke vingerafdrukken.

Genres

Wanneer wij de data sorteren op genre, maken wij gebruik van NUR-categorieën 100 tot 900, waarbij NUR-code 100 staat voor categorie overig, 200 voor kinderboeken, 300 voor fictie, 400-500 voor non-fictie vrije tijd en 600-900 voor non-fictie informatief. NUR-codes onder de 100 (‘non-books’) of titels waarvan de NUR-code onbekend is worden wel meegenomen in de berekeningen van alle titels samen, maar niet in de genrespecifieke berekeningen.

Maar niet alle titels worden voorzien van een NUR-code door de uitgever. De selectie literair-culturele titels binnen de KB is afhankelijk van de selectie titels die wel voorzien zijn van een NUR-code. Dit geldt ook voor het vormen van genres op basis van NUR-codes. Over de periode 2012 tot en met 2015 heeft gemiddeld 80% van de titels een NUR-code.

Uitbreiding dataselectie 2023

Eind 2025 geven we de Monitor over de data van 2023 uit. De cijfers over het aantal nieuwe titels kwam hoger uit dan voorgaande jaren. Dit komt omdat de selectie is uitgebreid met selectiesleutel ‘gdv’ (de v betekent “uitvoer in de Nederlandse Bibliografie online”). De aantallen titels per jaar van uitgave (JVU) zijn hierdoor structureel hoger dan die in onze voorgaande leveringen. Dit veroorzaakt een trendbreuk met onze eerdere publicaties. Maar aangezien het wel een vollediger beeld geeft van de situatie, hebben we hier toch voor gekozen. Deze nieuwe dataselectie is met terugwerkende kracht toegepast op de Monitor van 2023 en beslaat de jaren 2019 tot en met 2023.

Achterstand verwerking KB

Het gebruik van de nieuwe methodiek levert meer betrouwbare cijfers. Helaas heeft KB nog een achterstand in de verwerking van nieuwe titels. Deze is vrijwel volledig bijgewerkt tot en met 2022, maar in de cijfers over 2023 is de onderregistratie nog zichtbaar. In overleg met de KB is de omvang van deze achterstand op totaalniveau bepaald. De cijfers voor 2023 hebben we geëxtrapoleerd om hiervoor te corrigeren. Voor het vaststellen van de dekkingsgraden hebben we daarnaast de historische verhouding tussen titels en auteurs, de trendontwikkeling in volumes en externe informatie over de registratieprocessen geanalyseerd.

Op basis van deze gecombineerde analyse, hanteren we verschillende dekkingsgraden voor zowel nieuwe publicaties, vertalingen als de makers. Deze waarden zijn conform de datadynamiek en sluiten aan bij de historisch, onderbouwde marktontwikkeling. Omdat de extrapolatie is gebaseerd op een schatting van de achterstand, kunnen de definitieve 2023-cijfers in de toekomst licht afwijken, maar de verwachting is dat deze marges minimaal zijn. Eerdere extrapolaties, zoals voor 2022, hebben bevestigd dat deze methode betrouwbare uitkomsten oplevert.

Aanpassingen methode dataselectie 2022 

In 2022 is besloten om bij de selectie te filteren op papieren en elektronische versies. De Monitor van 2022 gaat over de data van 2021. Zodra een unieke titel verschillende verschijningsvormen heeft, zoals een papieren versie en een e-book, dan worden deze in de data ontdubbeld. Dit werd gedaan met behulp van de NSTC-codes. NSTC staat voor National Standard Text Code. Het is, net als een ISBN, een uniek nummer. Een NSTC is bedoeld om álle verschijningsvormen van een unieke titel samen te identificeren.

Helaas bleek deze methodiek minder betrouwbaar, doordat het gebruik van NSTC codes nog niet optimaal werd ingezet. Dit leverde andere cijfers op, die niet vergelijkbaar waren met de data van 2021 en ervoor. Daarom is voor het ontdubbelen van de cijfers over 2022 gebruikgemaakt van door KB ontwikkelde, unieke vingerafdrukken. Door deze unieke codes te gebruiken, komen we tot meer betrouwbare cijfers. Deze nieuwe methode is met terugwerkende kracht toegepast op de data van 2018 tot en met 2022.

Beleidswijziging bij KB 2020

In de data van 2020 en 2021 zagen we een sterke daling van het aantal papieren boeken en een stijging van het aantal e-books. Deze stijging van het aantal digitale titels en de daling van de papieren versies had te maken met een beleidsverandering bij de KB.
Sinds ruim twee jaar is het beleid zo aangepast dat van publicaties zoveel mogelijk de ISBN van de digitale uitgave wordt verworven. Als die er niet is, dan vraagt de KB om de gedrukte uitgave. Omdat het verwerven van publicaties voortaan dus voornamelijk digitale publicaties betreft, mis je een significant deel van de publicaties als je filtert op alleen papieren boeken, wat Boekwerk tot en met 2019 deed.

Methodologische keuzes

Sommige titels ontbreken in het Depot van Nederlandse Publicaties: wat uitgevers niet aanleveren bij de KB, komt ook niet in het depot terecht. In het depot worden allerlei soorten boeken opgenomen. Niet alleen boeken voor algemeen publiek – zoals informatieve boeken, literatuur, kinder- en jeugdboeken en spannende boeken – maar ook studie- en wetenschappelijke titels. Zie voor meer informatie over het depot de website van de KB.

Bij het verwerken van de KB-data wordt de expertise ingezet van onderzoeksbureau Ingressus. Zo vullen zij bijvoorbeeld ontbrekende AWSO-codes van titels in door middel van nauwkeurige schattingen. KB schat op basis van informatie van de uitgever welke AWSO-code bij een titel hoort. Het gevolg is dat er meer actieve auteurs en vertalers in de tellingen worden meegenomen, waardoor we een beter beeld kunnen schetsen van de daadwerkelijke situatie.

Ook koppelt KB de data van het depot aan data vanuit CB. Het Centraal Boekhuis (CB) is de logistieke dienstverlener van de boekensector en bestrijkt het grootste gedeelte van Nederland en Vlaanderen.1 Door deze koppeling wordt het databestand zodanig verrijkt dat rapportage mogelijk is voor de algemene boekenmarkt. Doordat het KB-bestand gekoppeld wordt aan data van CB, is het aantal titels met een NUR-code toegenomen tot meer dan 90%.

12-12-2025


1 Er zijn redenen voor uitgevers om niet via CB te distribueren: omdat het voor een uitgever niet rendabel is om via CB te leveren (kosten/baten), omdat er gebruik wordt gemaakt van andere distributiekanalen (denk aan Aldi/ Betapress), of omdat een uitgave heel gericht te koop wordt aangeboden bij een specifieke selectie winkels (denk aan museumwinkels).